Gereden en gezien

f46b086e-1069-11ea-977b-60992e1bba35_web_scale_0.0771605_0.0771605__

Stel, u wint de kost in Gent. Of uw kroost loopt er school. Of u wint elders de kost en beschikt over geen kroost, maar u kent alsnog een of andere reden om de provinciehoofdstad nu en dan met een bezoek te verblijden. Dan ervaart u sedert enige tijd de ‘geneugten’ van het fameuze mobiliteitsplan. Riskeert u het zich om niet binnen de op het wegdek aangebrachte rode lijntjes te kleuren dan kijkt u naar het bekeurende vogeltje van een peperdure ANPR-camera. Als daarenboven het voertuig waarmee u de provinciehoofdstad poogt te bereiken wel een slokje brandstof lust of een aanzienlijke staat van dienst kent, bent u helemaal ‘gereden’. Kortom, de Arteveldestad kan voor de wetsgetrouwe automobilist veel zijn, maar hoegenaamd geen pretje.

Bijgevolg prijst u zich gelukkig dat uw stulpje zich in het landelijke Lievegem bevindt, waar lage-emissiezones, circulatieplannen en andere automobilistjennende fenomenen niet veel meer behelzen dan wat modieuze toekomstmuziek. Of toch niet? Menig dagblad meldde namelijk afgelopen week dat de rode draad doorheen de Lievegemse mobiliteit, u beter bekend als de N9, weldra (voor een deel) zal uitgerust worden met een heuse trajectcontrole. Een goede zaak? Ik vind van niet. Wel, integendeel.

Het invoeren van trajectcontroles geschiedt onder het zwierige mom dat naar de naam verkeersveiligheid luistert. Bijgevolg is de roeptoeter die zich waagt aan het bekritiseren ervan per definitie of een wegpiraat of een harteloos wezen dat die verkeersveiligheid ogenschijnlijk koud laat. Niks is in casu minder waar. Zonder de ‘bompa’s’ van deze wereld tegen de borst te willen stoten, word ik er achter het stuur al eens van verdacht een van hen te zijn. Snelheid is eigenlijk nooit mijn ding geweest. In dat opzicht vrees ik de toekomstige trajectcontrole in mijn spreekwoordelijke achtertuin dan ook geen ogenblik. Het schoentje wringt elders.

Het mom waaronder dergelijke controles worden ingevoerd, is namelijk een mom, een masker. Het verbergt andere drijfveren die de overheid inspireren tot het invoeren ervan. Andere drijfveren? Jazeker. Meer dan de veiligheid op onze wegen naar nieuwe hoogten te tillen, is het doel van de overheid u en mij op Orwelliaanse wijze de rekening te presenteren. Niet meer en niet minder dan het zoveel mogelijk centen en zoveel mogelijk informatie inwinnen, dat is de ware prioritaire reden van vadertje staat om het Vlaamse straatbeeld te bevuilen met buitenaards veel zogeheten slimme camera’s. De hardwerkende Vlaming zoveel mogelijk zuurverdiende centen uit de zakken jagen om het maken van broodnodige verplaatsingen te bemoeilijken, staat kennelijk hoog bovenaan het lijstje van de beleidsmakers.

U gelooft toch heus niet dat de nieuwe trajectcontrole uitsluitend zal gebruikt worden om snelheidsduivels aan te pakken? Men zal het u en mij ongetwijfeld garanderen, maar ik geloof er alvast geen jota van. De fiscus zal de ANPR-kiekjes als waren ze een heuse kaskraker bekijken, en de term kaskraker mag u daarbij vrij letterlijk nemen. Bovendien biedt de informatie die de beelden opleveren talloze andere mogelijkheden. Of men er ook gebruik van zal maken, interesseert me daarbij niet. Men kan het. En dat op zich is voor mij een probleem. Ik ben een koele minnaar van groteske woorden en overdreven vergelijkingen, maar dat DDR-achtige toestanden in toenemende mate onder veiligheidsvlag onze contreien komen binnengevaren, staat als een paal boven water.

Hoed u binnenkort dus voor een meekijkende overheid. Niet enkel als u te hard rijdt en niet enkel als u zich in Gent bevindt. Ook als u braaf binnen Lievegem toert, bent u spoedig gezien.

DE DWAALLIBERAAL

763-35

Beeldt u zich voor de gelegenheid even in dat als het om politiek-filosofische ideologieën gaat, in uw woonkamer het liberale klokje tikt. Dat u met andere woorden gewonnen bent voor een kleine overheid die grote vrijheid garandeert, efficiënte zuinigheid propageert en zich in haar dagelijks bestaan steevast op de kern fixeert. Een overheid die daarenboven aan niks trouwer is dan aan wat men vandaag ietwat kort door de bocht als ‘verlichtingswaarden’ omschrijft en voor het overige schuldenbergen en -putten liefst richting exit drijft.

Wel, dan bevindt u zich momenteel in een ietwat hachelijke situatie. Sterker nog, u heeft eigenlijk een probleem. Het blauwe huis waar u geacht wordt politiek onderdak te vinden, verwordt namelijk elke dag een tikje meer tot een modieuze villa waarvan de hippe glaspartijen omgekeerd evenredig zijn aan de inhoud. Veel kabaal, weinig verhaal. De uitzonderingen bevestigen uiteraard de regel, maar de vooraanstaande bewoners van het liberale optrekje tonen steeds vaker aan het noorden kwijt te zijn, of erger nog, het noorden nooit te hebben weten liggen. Gelet op de pijnlijke aard van dit verhaal houd ik het kort, maar ik vermoed dat woorden als ‘unitair’, ‘lage-emissiezone’ en ‘paars-groen’ belletjes doen rinkelen. Alarmbelletjes.

Voorzittersverkiezingen liggen echter in het verschiet en dus hoopt u als merkgetouw liberaal op opklaringen. Helaas komt u vast te stellen dat de kandidaten die zich tot op heden aanmeldden weinig welluidende melodietjes zingen. Slaan zij alsnog vernieuwende tonen aan, worden ze op het matje geroepen om vervolgens onder de vleugels van ‘gevestigde waarden’ braaf en in alle stilte ‘projecten’ te ondersteunen. Betreurenswaardig vindt u dat. En terecht.

Maar u heeft ooit geleerd dat optimisme een morele plicht is en u panikeert dus niet. U hoopt namelijk stilletjes dat er zich alsnog een kandidaat-voorzitter aanmeldt die orde weet te scheppen in het liberale huis. Die weet op welke plaats in het politieke landschap dat huis precies staat of hoort te staan. Die met andere woorden, vergeef me het sloganeske taalgebruik, de partij die uw kleur vertegenwoordigt opnieuw op de rails zal zetten.

Doch u beseft dat het hier een grondige renovatie betreft die niet door de eerste de beste tot een goed einde kan worden gebracht. U ziet ook in dat als die nuchtere vakman of -vrouw zich niet spoedig komt melden, het de komende jaren voor de blauwe partij geen Lachaertje wordt. Stiekem stelt u zich bovendien de vraag wat er staat te gebeuren als hij of zij zich wel meldt, maar bij de interne stembusgang moet onderdoen voor de kooskandidaat van de Melsenstraat? Moet u dan verhuizen? Of kiest u voor nieuwbouw en vraagt u een bouwvergunning aan?

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

De Democratiemelodie

image

Een schrijven aanvangen met een citaat is zelden een slecht idee. Ditmaal echter geen klassiek filosoof of heroïsch staatsman uit vervlogen tijden, wel een betreurd Vlaams chansonnier. Treffender dan Louis Neefs’ legendarische woorden “oh, oh, ik heb zorgen”, wordt het namelijk niet. Het aanstekelijk deuntje waarmee Neefs in 1967 naar het Eurovisiesongfestival trok, is de geknipte hymne voor de Lievegemnaar die politiek en democratie nauw aan het hart heeft liggen en vaststelt hoe het met dat onlosmakelijk duo gesteld is.

Met de van onschatbare waarde symfonie ‘democratie’ wordt namelijk omgesprongen als was het een goedkoop nummertje uit een aftandse jukebox. Als heuse popsterren schitteren zwaarwichtige plannen in de media lang voor de gemeenteraad hen kon toejuichen of uitjoelen. Kwakkelige embargo’s worden door diegenen die ze zelf oplegden liederlijk met de voeten getreden. En adviesraden neuriën nauwelijks ingelicht voor dovemans oren.

De bedenkelijke trend die al enige tijd floreert in Kamer, Vlaams Parlement en de weinig vermeldenswaardige senaat doet nu ook, zij het in een andere toonaard, de Lievegemse gemeenteraad aan. Het meest gewichtige bestuursorgaan binnen de gemeente, het democratisch hart zo u wil, is een haast aandoenlijke praatbarak geworden. Een knikkende stemmachine voor de uitvoerende macht. Raadsleden die zich vermommen als mol in het koor springen daarbij het verst. Blind de partituur volgen en zich in de veilige ondergrond terugtrekken mocht er een zonderlinge kritische noot de kop opsteken, het is een garantiebewijsje om in de hoogste partijschuifjes te kunnen resideren. Wie vanuit zowel oppositie als meerderheid de stem laat horen, valt genadeloos uit de toon.

Met die taferelen op het podium gebeurende, vangt de democratieminnende Lievegemnaar als vanzelf aan met het neuriën van Louis Neefs’ tijdloze wijsje. De tijd lijkt dan ook rijp om een protestsong te componeren. Want welke politieke of ideologische melodie men ook het liefst hoort, deze valse noten kunnen niemand als muziek in de oren klinken. Hoe mooi plannen ook luiden, hoe harmonieus bepaalde ideeën ook mogen wezen, de democratische werking van lokale politiek de playlist uitgooien, is een signaal om de alarmbel te luiden.

De Dijkval

kris

Luidens een befaamd gezegde kan wie hoog vliegt laag vallen. Wanneer ik u kom te vertellen dat ene Kris Van Dijck dit afgelopen week aan den lijve mocht ondervinden, valt u vermoedelijk niet uit de lucht. Nauwelijks mocht de Desselse burgervader zich namelijk ‘eerste Vlaming’ noemen of de spreekwoordelijke bal ging aan het rollen. U kent de bedenkelijke feiten die op de mans kerfstok vertoeven en denkt er ongetwijfeld terecht het uwe van. Doorbomen over ongepaste gedragingen aller aard brengt echter weinig aarde aan de dijk en laat ik met graagte aan de verzamelde pers over. Waar ik daarentegen wel iets over te vertellen heb, is de wijze waarop de geplaagde N-VA’er publiek geëxecuteerd werd.

Enige vorm van spontane walging bij de escapades van Van Dijck is niet onbegrijpelijk en mogelijk zowaar terecht. Sta me echter toe te schrijven dat gelijkaardige verschijnselen me overvallen bij het aanschouwen van de handelwijze die bepaalde media bij dit merkwaardige schouwspel aanwenden. Zonder de burgemeester van Dessel te willen verdedigen, vind ik het op zijn minst bedenkelijk dat de man op een dergelijk zure manier wordt aangepakt. Het is makkelijk trappen wanneer iemand al op de grond ligt. En hoewel er misschien terecht wordt getrapt, stel ik me de vraag of dit de media zijn en bij uitbreiding de samenleving is die we in de toekomst willen.

Om een lang verhaal ietwat in te korten en niet in herhaling te vallen met datgene wat reeds in menig tweet en opiniestuk verscheen, houd ik het bij dit kort pleidooi voor een tikkeltje meer hoffelijkheid in ‘medialand’. Dat sensatie een noodzakelijk kwaad is teneinde als medium te overleven kan ik me inbeelden en dat stinkende zaakjes steevast aan het licht moeten worden gebracht, staat als een paal boven water. Maar dat kan ook beschaafd en met wat men manieren pleegt te noemen. Winston Churchill wist ooit te vertellen dat tact de kunde is om iemand naar de maan te wensen en hem of haar daarbij te doen uitkijken naar de trip. Schrijf alles en licht het publiek in wanneer er wordt gesjoemeld, gegraaid en gemaaid. Maar kraak geen mensen. Mensen zijn mensen.

Misschien, zowaar naar alle waarschijnlijkheid, valt deze boodschap in ‘dovemansoren’. Maar nu en dan moet er een mens iets van het hart. Enigszins ‘fout’ sluit ik daarom af met befaamde woorden van ‘The Voice’. “My friend, I’ll say it clear. I’ll state my case of which I’m certain.”

HET BORDENBELANG

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

U kent ze wel, de gemeentelijke verkiezingsborden. Aan de vooravond van om het even welke stembusgang vinden deze houten mastodonten steevast hun weg naar enkele in het oog springende locaties doorheen de gemeente. Kandidaten kunnen er binnen de voorziene lijntjes naar hartenlust hun smoelwerk etaleren. In Lievegem worden ze in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 26 mei echter niet meer van stal gehaald. “Lelijk en niet van deze tijd”, klinkt het. Nochtans schrijf ik de openbare aanplakborden een nobele en democratische functie toe.

Allereerst vind ik de woekerende wildgroei van propaganda op privéterrein aanzienlijk lelijker en minder van deze tijd dan gecentraliseerde openbare borden. Door het ontbreken van die borden enerzijds en het uitblijven van afspraken onder politici anderzijds, is de kleurrijke kakofonie echter een zogeheten noodzakelijk kwaad. Kandidaten die er bewust voor willen kiezen om de straat ‘proper’ te houden, worden alsnog gedwongen er hun affiches te poneren. Zich kenbaar maken, is namelijk vrij cruciaal bij het kandideren voor een zitje in het halfrond.

Ten tweede is aanplakken de goedkoopste en daarmee meest democratische vorm van verkiezingspubliciteit. Kleine partijtjes of kandidaten met een bescheiden budget delven in de huidige situatie het onderspit en worden ertoe gedwongen ofwel tot het bordencircus op private grond toe te treden ofwel tot het afwezig blijven tussen de anderen in het straatbeeld. Nochtans stel ik vast dat alle partijen de democratie een warm hart schijnen toe te dragen. Een merkwaardige twist.

Uiteraard heeft het beschreven fenomeen een kostenplaatje en vergt het enige inspanning van de gemeentediensten. Wanneer echter gekozen wordt voor een snuggere aanpak en een beperkte hoeveelheid borden, ben ik er zeker van dat beide aspecten wel te overzien zijn. Zeker wanneer men zowel het democratisch als esthetisch belang ervan in het achterhoofd houdt.

Tot slot wil ik nog een ideaalbeeld schetsen. Daarin praten politici voorafgaand aan de campagne met elkaar en komen ze tot een verantwoord en volwassen ‘gentlemen’s agreement’. Kijkt u bijvoorbeeld naar het mooie Kluisbergen, waar over de partijgrenzen heen een akkoord bereikt werd over het in toom houden van ‘politiek onkruid’ langsheen de weg. Men kiest er ginds voor enkel affiches op te hangen aan het raam. Sober, budgetvriendelijk en proper. Al dient men dan natuurlijk de trots even aan de kant te zetten. Een andere dan de straatkant, weliswaar…

De Flitsflop

flitspaal

Dat verkeersveiligheid hoog in het politieke vaandel wordt gedragen, is zonder meer een nobel gegeven. Wanneer meneer of mevrouw automobilist echter door een tomeloze heksenjacht wordt geplaagd, is enig getoeter niet misplaatst. Vandaag in het vizier vertoeven de talloze flitspalen die als mottige kerstlampjes het Vlaamse wegennet sieren en meer dan ooit aan vadertje staats rad van fortuin zwieren.

U kon er deze morgen niet naast lezen. ‘België telt het hoogste aantal flitspalen per 1000 km² van heel Europa.’ Wie de vele artikelen even doorflitst, leert dat enkel het kleine Malta ons op de hielen zit, een feit dat gelet op de beperkte oppervlakte van het zonnige dwergstaatje niet zo verwonderlijk is. Veiligheid troef? De 2076 plaagpalen dienen mijn inziens toch iets kritischer benaderd te worden.

Wanneer namelijk cijfers ten tonele verschijnen, wordt het bijzonder interessant enkele vergelijkingen te maken. Hoe is het met de rest van Europa gesteld als het om flitscijfers gaat? En staan meer flitspalen ook garant voor minder verkeersslachtoffers?

Het deuntje klinkt als volgt. De cijfers die naar het aantal palen peilen, tonen aan dat België 67,6 exemplaren per 1000 km² telt. Nederland, Zwitserland en Duitsland, om maar enkele voorbeelden te noemen, gaan met respectievelijk 23,7; 16,7 en 12,8 stuks per 1000 km² alvast minder flitsend door het leven. Helemaal aan de onderkant van het lijstje bengelt Zweden dat met amper 3,8 stuks per 1000 km² opvallend schaars met flitspalen omspringt.

Andere recent in het nieuws verschenen cijfers, betreffen het aantal verkeersdoden in Europa. Wanneer we dezelfde landen onder de loep nemen, steekt hier een merkwaardig fenomeen de kop op. Hoewel ons Belgenlandje volgens de statistieken van de ‘European Transport Safety Council’ een heuse inhaalbeweging maakt, blijft het aantal jaarlijkse dodelijke verkeersslachtoffers (55 per miljoen inwoners) in ons land beduidend hoger dan het Europese gemiddelde (50 per miljoen inwoners). Terwijl Nederland, Zwitserland, Duitsland en Zweden het met respectievelijk 36, 27, 38 en 25 verkeersdoden per miljoen inwoners aanzienlijk beter doen dan het flitsgrage België.

Uiteraard is enige nuance hier op zijn plaats. Doch beweren dat meer palen per definitie meer veiligheid met zich meebrengen, is hoe dan ook onjuist. Een stelling die door de politiek nochtans al te graag wordt getoeterd.

Flitsen? Ja, als de verkeersveiligheid erbij gebaat is. Nee, als enkel de staatskas er wel bij vaart. Het neerpoten van flitspalen hoort weloverwogen te gebeuren waar het nodig en nuttig is, niet om als rinkelende jackpot voor vadertje staat te dienen. Daarnaast horen ze aangekondigd te worden zoals dat in het buitenland reeds gebeurt. Het doel hoort namelijk te wezen dat het verkeer vertraagt om gevaar te voorkomen, niet zoveel mogelijk flitsboetes uitdelen. Verder is het ook een interessante piste om de palen met timers uit te rusten. Zo brengt het ’s nachts flitsen op een lege snelweg op ergernis na geen kluitje aarde aan de veiligheidsdijk.

Kortom, beste dames en heren politici, wees zuinig, verstandig en eerlijk in de omgang met uw geliefkoosde meetapparatuur. Dat u daar al eens uit de bocht gaat, staat namelijk als een flitspaal boven water.

RDV

De Taalmoraal

vrt toren

Een merkwaardig opiniestuk van taalkundige Stefan Grondelaers dat afgelopen week De Standaard sierde, lokt me naar de pen. De brave man die zijn boontjes dopt aan de Radboud Universiteit te Nijmegen roept onze naar zijn mening belegen openbare omroep op tot het varen van een andere taalkoers. Dat de VRT hier en daar schoon schip dient te maken alsook de opvallende voorkeur voor bakboord beter bijstuurt, staat wat mij betreft als een paal boven water. Wanneer echter onze kostbare standaardtaal overboord dreigt te worden gegooid, werp ik die graag een bezorgde reddingsboei toe.

De feiten luiden als volgt. De respectabele talenknobbel waarvan sprake richt zijn geleerde pijlen op het taalbeleid van de publieke omroep. Kop van jut in zijn gevatte pleidooi is het taalgebruik in de nieuwsuitzendingen. Waar in vele fictie- en human interestprogramma’s namelijk een bedenkelijke tussentaal wordt geduld, viert het Standaardnederlands tot op heden hoogtij in het journaal. Grondelaers kan zich met die handelwijze moeilijk verzoenen en pleit ervoor de nieuwsankers een toleranter spreektaaltje aan te praten. De Taalunie, een beleids- en kennisorganisatie voor het Nederlands waar de man in het verleden reeds actief voor was, treedt hem in die visie alvast bij. Ondanks de waardevolle argumenten die in Grondelaers’ opinie worden aangehaald, loopt de redenering mijn inziens enigszins mank.

Uiteraard geldt het hanteren van het ons allen bekende tussentaaltje in vele dagelijkse fenomenen als een acceptabel gegeven. En wat dialecten betreft, ben ik zelfs de mening toegedaan dat deze meer aandacht verdienen om van het dreigende uitsterven gered te worden. Doch het aan banden leggen van een heldere en keurige standaardvariant, ook al komt die nu en dan ietwat houterig over, kan in geen geval door de spreekwoordelijke beugel.

Voor heel wat jongeren vertoeft die geplaagde standaardtaal namelijk steeds verder van het bed. En waar tot voor kort het vlotjes onder de knie hebben ervan de regel boven de uitzondering was, dreigt het tij stilaan te keren. Een bewering die niet uit de lucht is gegrepen en door talloos wetenschappelijk onderzoek wordt gesteund. Door te pleiten voor het niet langer gebruiken van het Standaardnederlands in nieuwsuitzendingen op de publieke omroep, zal de vertrouwdheid ermee enkel nog afnemen. Het lijkt misschien onbeduidend, maar de gevolgen die onlosmakelijk met dit verschijnsel gepaard gaan, vormen een ernstige bedreiging op heel wat maatschappelijke domeinen, vooral op economisch en cultureel vlak. Sterker nog, het laten varen van een eenvormige taalpolitiek in een geglobaliseerde wereld zou zonder paniek te willen zaaien wel eens nefast kunnen wezen voor een vooruitstrevende regio als de onze. Een taal die door meer dan twintig miljoen mensen wordt gesproken, hoort namelijk een door al die mensen gekende standaard te hebben.

Graag breek ik dan ook vol overtuiging een lans voor het Standaardnederlands. En voor één keertje mag de openbare omroep wat mij betreft koppig vasthouden aan diens oeroude principes. Want willen we vooraan het peloton verblijven, kunnen we best niet onze keurige taal verdrijven.

RDV

De Pillenpoen

BELGIUM BRUSSELS PRESS CONFERENCE COUCKE

Van voetbal heb ik geen kaas gegeten. Dat het de ‘la vache qui rit’ onder de Vlaamse garageapothekers bij Anderlecht echter niet bepaald voor de wind gaat, bereikte zelfs reeds mijn onsportieve oren. Geen klaagzang over sputterende spitsen of treurige trainers, wel een boompje over de nobele pillenkwestie waar de paarse Midas afgelopen week de kranten mee haalde.

In het kort zit de vork als volgt aan de steel. Een tiental niet te benijden landgenoten lijdt aan een uiterst zeldzame spierziekte. Een meevaller van formaat voor ‘Leadiant Biosciences’, de Italiaanse farmareus die als enige het recept voor een verhelpend pilletje in de kast heeft liggen. Willen de zieke stakkers hun broodnodige medicijn voortaan nog bij de hand hebben, dienen ze zo maar even 153 000 eurootjes op te hoesten. Niet omdat een specifieke grondstof wat zeldzamer is geworden en nog minder omdat bijkomend onderzoek het middel verbeterd heeft. Gewoon omdat het kan. Een prijzige schande.

De klimaatplaat vind ik wat grijsgedraaid en het gekibbel over vliegensvlug mobiel internet mist wat snelheid. Welke droomschoonzoon de meeste MIA’s op de schouw mag zwieren, is me eigenlijk worst, als ik maar niet hoef te luisteren. En eerlijk, ook het rondje spierballen rollen van Vladimir en Donald laat me eerder koud. Dit hier is echter anders. Een maffiose monopolist die schaamteloos miljoenen uit de weerloze zakken van hulpeloze patiënten jaagt, daar wil ik de pen wel voor opnemen.

Waar zijn de barricadespringers als het om dit soort zaken gaat? Waar tieren de roeptoeters bij deze schandelijke praktijken? Waar zitten de brossende wereldverbeteraars? Dit is geen nieuwtje dat zomaar mag voorbijwandelen. Mocht ik een hesje in de kast hebben hangen, ik trok het aan. Dit kan toch echt niet? Een degelijk en eenduidig politiek antwoord dringt zich op. Beter nu dan straks.

Misschien is het wat kort door de bocht maar graag neem ik dan toch mijn hoedje af voor die ene geplaagde clubvoorzitter die dit onrecht het nieuws in bracht. Want waar spijbelen, staken en tweeten even tekortschieten, is het godzijdank ‘Couckenbak’.

RDV

De opwarmingssteekvlam

 

Fairytale Forest - Sunburst

Wie zich heden ten dage waagt aan het gadeslaan van om het even welk dagblad, ontsnapt geen ogenblik aan schrijfsels betreffende opzienbarende klimaatperikelen. De bomen en het bos, weet u wel. Hippe bosbrossers, wankelende excellenties en ontspruitende oppositiestemmen, stuk voor stuk maken ze hun doortocht op de sterk bevochten actualiteitsbühne. Dat de hele milieuthematiek eenieders aandacht verdient, staat als een paal boven stijgend water. Maar de wijze waarop voornoemde problematiek het nieuws haalt en vooral de onderliggende motivering waarom dat geschiedt, roept in mijn nuchtere bovenkamer toch enige kritische bemerkingen op.

Wie voorzien is van een koppel scherpe ogen in het hoofd, hoef ik alvast niet uit te leggen dat u en ik binnenkort het stemhokje nogmaals met een bezoekje mogen verblijden. Waar de inzet van verkiezingen doorgaans een brede waaier aan sociale, economische en politieke aangelegenheden betreft, slagen sommige ‘bolletjeskermissen’ er echter in geheel rond één specifiek issue te draaien. Denk bijvoorbeeld aan wijlen Jean-Lucs dioxinekippen, om maar een voorbeeld te noemen. Hoewel mijn bescheiden schrijftafeltje geen glazen bol rijk is, vertoont de naderende stembusgang stilaan alle aanwijzingen om van kop tot teen om onze geliefkoosde moeder aarde te zullen draaien. Gelet op de ernst van de toestand wringt daar wat mij betreft an sich het schoentje niet, het hele klimaatdebat verdient alle aandacht en ingrijpende maatregelen dringen zich zonder twijfel op. Waar het wel enigszins spant, is bij de wedloop van zowel links, rechts als alles wat van zichzelf vindt daartussen te zweven om toch maar op de ‘hippe’ klimaatkar te kunnen springen. Sterker nog, in bepaalde hoeken lijkt het wel alsof de talloze andere politieke thema’s die tot spijt van wie het benijdt eveneens van levensbelang zijn, voorgoed in de koelkast zijn opgeborgen. Wat de geloofwaardigheid van die politieke partijen en diens vertegenwoordigers betreft, kan dit alvast duidelijk tellen.

Om een lang verhaal ietwat korter te maken, zou ik de dames en heren politici van deze wereld graag het volgende willen mededelen. Uiteraard dient men zich te buigen over het klimaatbeleid. En er bestaat geen twijfel over het grote belang ervan. Maar laat u alstublieft niet vangen aan zogeheten ‘steekvlampolitiek’, want daar wordt niemand beter van. In het achterhoofd dient de toekomst te spelen, geen potentieel roodgekleurde bolletjes. Vat de koe bij haar horens en houd het hoofd koel. Enkel een pragmatische nuchterheid met grondig oog voor oplossingen die zowel de oorzaken alsook de onderbelichte gevolgen behandelen, kan soelaas bieden. En boven alles, ondanks het gewicht van bovenvermelde thematiek zijn er nog heel wat onderwerpen die grondige aandacht verdienen en die in deze spijbeldagen helaas verweesd in de coulissen achter dreigen te blijven. Graag sluit ik dit schrijfsel dan ook af met een treffend citaat van de geweldige Winston Churchill. “You will never reach your destination if you stop and throw stones at every dog that barks”. Doe aan politiek, niet aan stemmingmakerij. Wie het schoentje past, trekke het aan.

RDV

Het Jongensschoolpleintje

sint-michielsgestel-jongensschool-2-jaar-later

Roet in het eten van de rede. Het maatje van de goedheilige kindervriend is nauwelijks bekomen van allerhande bedenkelijke zwartmakerij en een volgende schoonmoederlijke non-discussie dwingt me tot de kritische pen. Dat koning of koningin betutteling dezer dagen hoogtij viert, is geen scherpe geest ontgaan, maar dat de politiek correcte heerser ook de eigen achtertuin aandoet, is voor sommigen mogelijk een nieuwigheid.

Weerloos slachtoffer van een kakelvers rondje bemoederen is een pleintje in het vredige Zomergem, tegenwoordig warme deelgemeente van de nagelnieuwe fusiegemeente Lievegem. De getroffen site deed in een vorig leven dienst als jongensschool en wordt momenteel omgetoverd tot een bekoorlijk woonproject. Aangezien het pleintje om die reden binnenkort deel zal uitmaken van de Lievegemse wegenkaart, is het beestje naarstig op zoek naar een treffende naam. De cultuurraad van Zomergem deed alvast haar duit in het zakje en kwam, zo vernam men op de jongste gemeenteraad, met het voorstel ‘Jongensschoolpleintje’ op de spreekwoordelijke proppen. Wie echter dacht dat de kous daarmee af zou zijn, heeft het mis. Kennelijk heeft de politiek correcte gedachte namelijk de rede verslaan in de hoofden van enkele naar eigen zeggen inspraak minnende politici. Het ‘Jongensschoolpleintje’ is niet gendervriendelijk.

Op zich betreft het hier wat men pleegt te noemen een ‘fait divers’, want er is ongetwijfeld geen Lievegemse kat te vinden die ten gevolge van het hele gebeuren een slaaptekort ondervindt. Doch vermeldenswaardig is het voorval mijn inziens wel, daar het binnen een netelige en aan impact winnende trend thuis te brengen is.

Neen, nostalgie is geen goede raadgever en de ‘vroeger-was-het-beter-schreeuwers’ slaan de bal eveneens mis. Maar mag het alstublieft allemaal iets redelijker? Het onafscheidelijk duo regelneverij en betutteling krijgt stilaan alle kenmerken van een heuse epidemie, al is die diagnose nog niet bevestigd door onuitputtelijk moraliserend griepcommissaris Marc Van Ranst.

Een opgelegd correct denken gehandhaafd door een voortdurend moraliserend vingertje legt vrijheid en creativiteit tersluiks aan banden. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat het een averechts effect kent en dus de veronderstelde bedoelingen van de zelfverklaarde weldenkenden niet ten goede komt.

Daarom, in het kort: doe normaal. Natuurlijk is ongelijkheid verwerpelijk en uiteraard dienen dames, heren en alles daartussen gelijk en correct benaderd te worden. Maar een constante ‘bemoedering’ brengt daarbij geen aarde aan de dijk, integendeel. Het ‘Jongensschoolpleintje’ is prima. Het bekt goed en verwijst naar het rijke verleden van de betreffende site. Laat ons redelijk wezen.

Tot slot nog iets anders. De voor sommigen controversiële naam die hier wordt naar voren geschoven, stamt uit een advies van de Cultuurraad, een adviserend inspraakorgaan bestaande uit gemotiveerde vrijwilligers en experten. Sta me toe te zeggen dat men in sommige politieke hoeken ook daar wel wat meer respect voor zou mogen opbrengen. Maar over die kwestie volgt later ongetwijfeld een ander schrijfsel.

RDV